Natuurbegraafplaatsen komen gestaag van de grond
De vraag naar een laatste rustplaats in de natuur groeit gestaag. Vlaanderen speelt daarop in met het concept van de natuurbegraafplek: een streng gereguleerde locatie in natuurgebied waar enkel crematie-as kan worden verstrooid of begraven, met natuurbehoud als prioriteit. Daarnaast bestaan er initiatieven buiten dit kader, waar ook lichamen op natuurlijke wijze worden begraven.
Om inzicht te krijgen in hoe dit in de praktijk werkt, bezochten we drie projecten: Isaekshoef in Rekem, Citadelbos in Diest en de natuurbegraafplaats in Brugge. De verschillen tussen deze locaties illustreren zowel de mogelijkheden als de uitdagingen van natuurbegraafplaatsen in Vlaanderen.
Auteur: Jarne Depaepe, consulent groenvoorziening
Wat Vlaanderen toelaat
Volgens de Vlaamse regelgeving mogen stoffelijke resten niet in natuurgebied worden begraven. Wat wel kan, is het verstrooien of begraven van crematie-as in biologisch afbreekbare urnen, op een officieel aangeduide natuurbegraafplek. Die aanduiding is een exclusieve bevoegdheid van lokale besturen en vereist toestemming van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
De voorwaarden zijn streng: geen kwetsbare vegetaties, geen natte zones, geen natuurreservaten. De inrichting moet minimaal blijven, het beheer afgestemd op natuurdoelen, en individuele graftekens zijn in principe uitgesloten. De begraaffunctie is altijd ondergeschikt aan het natuurbeheer.
Aanduiding en criteria voor natuurbegraafplaatsen
De locatie moet voldoen aan strikte ecologische, ruimtelijke en wettelijke criteria en kan enkel op een openbaar domein worden ingericht, al hoeft de gemeente zelf geen eigenaar te zijn. In de praktijk gebeurt dit in overleg met Natuur en Bos, het Departement Omgeving en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Geschikte locaties zijn bestaande of nieuw aan te leggen bos- of natuurterreinen. Ecologisch mogen ze geen kwetsbare vegetaties of beschermde gebieden bevatten. Voor elk terrein wordt apart beoordeeld of de begraafplek ecologisch verantwoord kan worden ingericht, rekening houdend met soortenbescherming, bodemkwaliteit en Europese natuurdoelen.
Ook de ligging en toegankelijkheid zijn belangrijk. De site moet rustig en sereen zijn, passend in het landschap, en enkel toegankelijk voor wandelaars of gelijkgestelden. Interne afscheidingen of natuurlijke buffers kunnen de privacy en geborgenheid verhogen. Daarnaast moet de begraafplek goed bereikbaar zijn, zonder de noodzaak van uitgebreide infrastructuur zoals parkeerplaatsen of sanitaire voorzieningen.
Isaekshoef te Rekem
De natuurbegraafplek Isaekshoef in Rekem was het eerste pilootproject in een natuurgebied beheerd door ANB. Ze ligt in het Nationaal Park Hoge Kempen, rond een oud kerkhof van het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum. De plek telt acht begraafzones met samen plaats voor ongeveer 250 urnen. De ingrepen zijn al bij al beperkt. Houten sculpturen met dier- en mythische figuren markeren de zones en fungeren als herkenningspunt voor nabestaanden. Banken, een kleine open plek voor herdenkingen en een infobord aan de ingang volstaan.
Opvallend is hoe natuurbeheer hier expliciet deel uitmaakt van het verhaal. Uitdunnen van vegetatie en kappingen blijven mogelijk om de biodiversiteit te verhogen. Nabestaanden worden daar ook vooraf over geïnformeerd. Het bos primeert dus, ook na het afscheid.
Citadelbos Diest: natuur zonder compromis
In het Citadelbos in Diest koos de stad voor een veel striktere invulling. Begin 2024 werd een zone van ongeveer 9.000 m² aangeduid als natuurbegraafplek; de opening volgde in het najaar van 2025. Hier gebeurt alles anoniem. Geen gedenktekens, geen bomen die aan overledenen worden gekoppeld, geen zichtbare sporen in het landschap. Enkel een kleine plek voor een afscheidsceremonie doorbreekt het bosbeeld. De capaciteit bedraagt 350 urnen of verstrooiingen per hectare.
Natuurbegraafplek Brugge kent moeizame start
Brugge kiest een ander pad. De natuurbegraafplaats bij het crematorium De Blauwe Toren laat ook natuurbegravingen van lichamen toe, in lijkwade of biologisch afbreekbare urne. Omdat het Vlaamse kader dat niet toestaat in natuurgebieden beheerd door Natuur en Bos, is deze begraafplek niet aangeduid als een officiële natuurbegraafplek.
Het terrein beslaat meer dan drie hectare en ligt op opgespoten grond, met droog duinengrasland als dominante vegetatie. Door de bescherming via het natuurdecreet zijn ingrepen sterk beperkt. De ontsluiting gebeurt via een verhoogd houten vlonderpad in robinia en eik. Afscheidsplekken zijn ingericht met zitbanken uit omgevallen stadsbomen. Toch blijft het gebruik van dit soort natuurbegraafplekken voorlopig laag. In het eerste jaar kozen slechts veertien mensen voor een natuurbegraving, tegenover meer dan duizend klassieke begrafenissen of urneplaatsingen.
Beheer van natuurbegraafplaatsen
Het beheer van een natuurbegraafplek is gericht op het behouden van een continu natuurbeeld en het waarborgen van rust op lange termijn. Dit wordt vastgelegd in een natuurbeheerplan. Regulier beheer zoals maaien of dunnen is toegestaan, mits nabestaanden vooraf geïnformeerd worden over mogelijke werkzaamheden en natuurlijke risico’s zoals storm of brand. Zones die ingrijpend beheer vereisen, komen niet in aanmerking.
Voor officiële natuurbegraafplaatsen wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen eigenaar en beheerder. In de praktijk voert Natuur en Bos het reguliere natuurbeheer uit, terwijl het lokale bestuur verantwoordelijk is voor gebruik en toezicht. De bestemming blijft minimaal de duur van één natuurbeheerplan behouden, en grafrust wordt gegarandeerd voor minstens tien jaar na de laatste urnen- of asverstrooiing.
Welke kansen zijn er voor de groensector?
Voor tuinaannemers ligt hier geen klassieke aanlegmarkt. Toch zijn er mogelijkheden wanneer natuurbegraafplaatsen talrijker worden. Concreet kunnen tuinaannemers zich specialiseren in ecologisch en landschapsgericht werk. Het gaat om aanleg en onderhoud zonder verharding of monumenten, met paden, natuurlijke afscheidingen, zitbanken en sobere ceremoniële zones. Beheer van de vegetatie vereist kennis van ecologisch verantwoorde ingrepen. Denk bijvoorbeeld aan aannemers die het certificaat voor de ecologische tuinaannemer binnen GroenGek(l)eurd zullen behalen.